ETF’s

VALL vs VWCE: verschillen, kosten en wanneer overstappen loont

Inhoudsopgave

Je belegt in VWCE en dan verschijnt er een nieuwe Vanguard-ETF: VALL. Meer spreiding, lagere fondskosten. Moet je je bestaande belegging nu verkopen?

VALL heeft lagere lopende fondskosten en neemt ook kleine bedrijven mee. VWCE heeft een langere fondshistorie. Voor een bestaande positie hangt overstappen vooral af van de eenmalige kosten, je resterende beleggingsduur en de markt die je wilt volgen. Alleen je nieuwe inleg aanpassen is ook een mogelijkheid.

In dit artikel vergelijken we de twee accumulerende aandelenklassen voor Nederlandse particuliere beleggers. Daarna rekenen we drie keuzes door. De kosten zijn gecontroleerd op 10 oktober 2026; rekenvoorbeelden zijn geen rendementsvoorspellingen.

VALL en VWCE in één overzicht

Brede tabel: schuif opzij om alle kolommen te bekijken.
KenmerkVALLVWCE
Volledige fondsnaamVanguard FTSE Global All-Cap UCITS ETFVanguard FTSE All-World UCITS ETF
ISIN van de accumulerende klasseIE000VAHT5T0IE00BK5BQT80
Gevolgde indexFTSE Global All CapFTSE All-World
MarktsegmentenGrote, middelgrote en kleine bedrijvenGrote en middelgrote bedrijven
LandenOntwikkelde en opkomende marktenOntwikkelde en opkomende markten
Lopende fondskosten, OCF0,07% per jaar0,14% per jaar
DividendIntern herbelegdIntern herbelegd
Start van deze aandelenklasse18 augustus 202623 juli 2019
FondsstructuurIers UCITS-fonds, fysieke samplingIers UCITS-fonds, fysieke sampling

Bronnen: de officiële fondsgegevens van Vanguard VALL en Vanguard All-World Acc. Op de Britse pagina heet de notering VWRP; controleer de ISIN om dezelfde aandelenklasse te herkennen.

Wil je ook andere aanbieders vergelijken? In ons overzicht met wereld-ETF’s voor de lange termijn staan onder meer WEBN, SPYI en IUSQ.

Wat voegen de kleine bedrijven van VALL toe?

Met VALL beleg je in een breder stuk van de aandelenmarkt. Vanguard licht bij de introductie toe dat Global All-Cap naast de grote en middelgrote bedrijven ook small caps bevat.

Dezelfde wereld, een extra marktsegment
VWCEGrote bedrijvenMiddelgrote bedrijven
VALLGrote bedrijvenMiddelgrote bedrijven+ Kleine bedrijven

Schematisch: de vakken tonen marktsegmenten, geen portefeuillegewichten. Beide indices omvatten ontwikkelde en opkomende markten.

Dat betekent niet dat kleine en grote bedrijven even zwaar meetellen. De index weegt ondernemingen naar hun beurswaarde. Een groot bedrijf kan daardoor zwaarder wegen dan honderden kleine ondernemingen samen.

Meer bedrijven betekent dus niet dat je portefeuille ineens nauwelijks meer van de grote beursnamen afhankelijk is. Je voegt een marktsegment toe, maar blijft volledig in aandelen beleggen. Small caps kunnen beter én slechter presteren dan grote bedrijven. Breder is hier geen belofte van een hoger rendement of bescherming tegen een beurscrash.

De index en de ETF hebben niet altijd evenveel aandelen

Beide fondsen gebruiken sampling: ze houden een representatieve selectie van de index aan. Vanguard rapporteert per 31 augustus 2026 6.429 aandelen voor VALL en 3.784 voor VWCE. Dat zijn fondsposities op die peildatum, geen vaste aantallen en geen aantallen voor de volledige indices.

Kijk bij een vergelijking daarom verder dan het grootste getal. De index bepaalt het doel; de fondsportefeuille laat zien hoe de beheerder dat doel in de praktijk benadert. Een verdubbeling van het aantal aandelen betekent bovendien niet automatisch een halvering van je risico.

Hoeveel scheelt 0,07 procentpunt aan kosten?

VALL kost de helft van VWCE als je uitsluitend naar de OCF kijkt. In euro’s is het verschil €7 per jaar per €10.000 belegd vermogen, bij een gelijkblijvende waarde.

Halve fondskosten. Wat betekent dat in euro’s?

Per jaar bij een vaste belegde waarde van €10.000

VWCE · 0,14%€14
VALL · 0,07%€7
€7verschil per jaar, vóór overige kosten

Eigen berekening: €10.000 × OCF. Een besparing op fondskosten is geen voorspelling van extra rendement.

Brede tabel: schuif opzij om alle kolommen te bekijken.
Vaste belegde waardeVWCE: 0,14% per jaarVALL: 0,07% per jaarVerschil per jaar
€5.000€7,00€3,50€3,50
€10.000€14,00€7,00€7,00
€50.000€70,00€35,00€35,00
€100.000€140,00€70,00€70,00

Dit zijn eigen benaderingen: belegde waarde × OCF. Fondskosten worden in de fondswaarde verwerkt; je krijgt hiervoor geen aparte jaarlijkse rekening. De grondslag verandert in werkelijkheid met koersen en inleg.

De OCF is niet je volledige kostenplaatje. Ook aan- en verkoopkosten en de bied-laatspread tellen mee. De uiteindelijke afwijking van het fonds tegenover zijn index, de tracking difference, kan daarnaast door meerdere factoren worden beïnvloed. Tel OCF niet nog eens boven op een gemeten tracking difference alsof het twee losstaande kostenposten zijn.

Bij VALL ontbreekt op de controledatum een lange fondshistorie. Gebruik daarom geen tientallen jaren aan indexrendement alsof VALL zelf al zo lang bestaat. En vergelijk de rendementen van VALL en VWCE niet uitsluitend als een kostentest: hun indices verschillen.

Wanneer verdien je overstapkosten terug?

Een eenvoudige eerste controle is:

Terugverdientijd in jaren ≈ totale eenmalige overstapkosten ÷ jaarlijkse OCF-besparing.

Stel dat je €10.000 aan VWCE bezit. Verkopen en VALL terugkopen kost je in totaal een fictieve €20, inclusief de geschatte spreadimpact. De jaarlijkse OCF-besparing is ongeveer €7. De terugverdientijd is dan €20 ÷ €7 = 2,9 jaar.

Brede tabel: schuif opzij om alle kolommen te bekijken.
Totale fictieve overstapkosten bij €10.000Terugverdientijd bij €7 besparing per jaar
€101,4 jaar
€202,9 jaar
€507,1 jaar

De aanname is steeds een gelijkblijvend vermogen en ongewijzigde OCF. We houden in deze snelle benadering geen rekening met samengestelde groei of de iets lagere belegde waarde na kosten. Belastingen en verschillen in indexrendement zijn niet opgenomen. Het is een kostenomslagpunt, geen datum waarop VALL gegarandeerd meer oplevert.

De overstapkosten bestaan uit meer dan de twee zichtbare ordertarieven. Je verkoopt doorgaans aan de biedkant en koopt aan de laatkant. Er kan bovendien koersbeweging optreden tussen beide transacties. Gebruik je uitgevoerde transactieprijzen, tel de daarin verwerkte spread niet nogmaals als aparte kostenpost op.

Drie keuzes doorgerekend: blijven, wisselen of nieuwe inleg aanpassen

Je hoeft niet meteen je hele portefeuille om te zetten. Om het verschil zichtbaar te maken gebruiken we één eenvoudig scenario: €10.000 bestaande VWCE plus €3.000 nieuwe inleg aan het begin van het jaar.

We vergelijken alleen de lopende fondskosten en een fictieve €20 voor het omzetten van de bestaande positie. Aankoopkosten voor de nieuwe €3.000 veronderstellen we gelijk bij beide fondsen en laten we weg. In de praktijk moet je dat controleren.

Je hoeft niet alles te verkopen
01

Blijven

€13.000 in VWCE

€18,20kosten in jaar één
02

Omzetten

€13.000 in VALL

€29,10inclusief fictief €20 omzetten
03

Nieuw geld

€10.000 VWCE + €3.000 VALL

€16,10kosten in jaar één

Vereenvoudigd scenario met vaste grondslagen. Alleen OCF en de genoemde overstapkosten. Zie de tabel en aannames hieronder.

Brede tabel: schuif opzij om alle kolommen te bekijken.
KeuzeGrondslag voor fondskostenFondskosten per jaarEenmalig omzettenTotaal eerste jaarTotaal vijf jaar
VWCE blijven kopen€13.000 VWCE€18,20€0€18,20€91,00
Alles naar VALL€13.000 VALL€9,10€20€29,10€65,50
Alleen nieuwe inleg naar VALL€10.000 VWCE + €3.000 VALL€16,10€0€16,10€80,50

Zo is gerekend: €13.000 × 0,14% = €18,20; €13.000 × 0,07% = €9,10; €10.000 × 0,14% + €3.000 × 0,07% = €16,10. Voor vijf jaar vermenigvuldigen we de jaarlijkse fondskosten met vijf en tellen we de eventuele €20 eenmaal op.

Dit is een vereenvoudigde kostenvergelijking met vaste grondslagen, geen berekening van eindvermogen. We veronderstellen geen marktgroei, geen verdere inleg en ongewijzigde tarieven. Kosten tellen we apart en laten we de grondslagen niet verlagen. Daardoor ontbreken ook samengestelde effecten. De werkelijke fondskosten en het resultaat zullen afwijken.

1. Je blijft VWCE kopen

Je houdt één fonds en hoeft niets om te zetten. In het voorbeeld betaal je jaarlijks €9,10 meer aan OCF dan wanneer de volledige €13.000 in VALL zou zitten. Daar staat tegenover dat je de fictieve €20 overstapkosten vermijdt.

2. Je zet alles om naar VALL

Je verandert ook de samenstelling van je bestaande belegging: die volgt voortaan een index met small caps. In het eerste jaar is deze keuze in ons voorbeeld het duurst; na vijf jaar zijn de opgetelde kosten het laagst. Dat zegt alleen iets over dit kostenmodel, niet over welk fonds het hoogste eindvermogen behaalt.

3. Je laat VWCE staan en koopt VALL met nieuw geld

De bestaande positie blijft intact. Je bespaart in dit voorbeeld €2,10 per jaar op de nieuwe €3.000, zonder verkoopkosten voor de oude positie. Je houdt wel twee fondsen aan die grotendeels dezelfde markt bestrijken.

Dat hoeft geen probleem te zijn, maar twee fondsen zijn niet automatisch twee verschillende bronnen van spreiding. En als je iedere maand beide blijft bijkopen, kunnen extra orderkosten de kleine OCF-besparing verkleinen. Alleen nieuwe inleg naar VALL betekent hier: de oude VWCE laten staan, niet voortaan ieder aankoopbedrag over beide verdelen.

VALL of VGLA kopen bij DEGIRO: controleer de notering

VALL op Euronext Amsterdam en VGLA op Xetra zijn noteringen van dezelfde accumulerende aandelenklasse, met ISIN IE000VAHT5T0. Een andere ticker maakt het geen ander fonds. Handelskosten, valuta en uitvoerbare prijzen kunnen per notering wel verschillen; Vanguard vermeldt de noteringen op zijn fondspagina.

De officiële DEGIRO-Kernselectiepagina vermeldt €1 handling voor de betreffende producten op Tradegate. We konden VALL met ISIN IE000VAHT5T0 niet terugvinden in de openbare lijst tijdens onze controle. Dat bewijst niet dat je het fonds nergens bij DEGIRO kunt kopen. Het betekent wel dat we hier geen €1-aankooproute voor VALL bevestigen. Er is geen ingelogd account getest.

Controleer vóór een aankoop:

  1. Zoek op ISIN en controleer de accumulerende klasse.
  2. Kijk welke beursnoteringen jouw account daadwerkelijk aanbiedt.
  3. Bekijk de orderkosten, eventuele aansluitingskosten en handelsvaluta.
  4. Vergelijk bied- en laatprijs en het aantal beschikbare stukken.
  5. Gebruik bij een limietorder een passende prijsgrens en controleer de uitvoering; een limiet garandeert niet dat je order wordt uitgevoerd.

Onze uitleg over Tradegate en Xetra bij DEGIRO laat zien waarom alleen het ordertarief onvoldoende is. In het artikel over DEGIRO-kosten vind je de overige kostenposten.

Wanneer zou je voor welk fonds kiezen?

Voor een nieuwe portefeuille is VALL een logische kandidaat als je small caps in hetzelfde fonds wilt en de totale aankoopkosten passen bij je inleg. Je accepteert daarbij dat er nog weinig praktijkhistorie is om de indexvolging te beoordelen.

Heb je al VWCE? Schrijf eerst op hoeveel overstappen in euro’s kost en hoeveel OCF je jaarlijks bespaart. Bekijk daarna of je de andere index ook werkelijk wilt. Een lagere OCF alleen is geen reden om ieder nieuw fonds achterna te gaan.

Wil je weinig veranderen? Alleen nieuwe inleg naar VALL is een tussenweg. Je bestaande VWCE hoeft daarvoor niet te worden verkocht. Overweeg wel of twee posities het overzicht voor jou verbeteren of juist ingewikkelder maken.

Voor beide fondsen blijft de belangrijkste vraag of een aandelenportefeuille past bij je doel, horizon en vermogen om verliezen te dragen. Bekijk daarvoor ook ons stappenplan voor lange termijn beleggen.

Veelgestelde vragen

Is VALL beter dan VWCE?

VALL heeft een breder indexdoel en een lagere OCF. VWCE heeft een langere historie. Of VALL voor jou de betere keuze is, hangt ook af van handelskosten, je bestaande positie en je voorkeur voor small caps. Een hoger toekomstig rendement is niet gegarandeerd.

Wat is het verschil tussen VALL en VGLA?

Het zijn verschillende beursticker-symbolen voor dezelfde aandelenklasse. Zoek op ISIN IE000VAHT5T0 en controleer vervolgens de beurs en valuta. Op Amsterdam is de ticker VALL, op Xetra VGLA.

Kun je VALL en VWCE samen aanhouden?

Ja. Bijvoorbeeld als je bestaande VWCE laat staan en nieuwe inleg naar VALL stuurt. Je krijgt veel overlap; alleen het VALL-deel geeft blootstelling aan small caps. Het aantal fondsen op je rekening zegt weinig over je werkelijke spreiding.

Keren deze ETF’s dividend uit?

De aandelenklassen in dit artikel herbeleggen dividend binnen het fonds. Wil je uitkeringen op je rekening, dan moet je een uitkerende klasse vergelijken. Lees meer over accumulerende en distribuerende ETF’s.

Bronnen en actualiteit

Gecontroleerd op 10 oktober 2026. Fondskenmerken en noteringen komen van de hierboven gelinkte Vanguard-productpagina’s en de introductie door Vanguard. De positieaantallen hebben afzonderlijk de peildatum 31 augustus 2026. De Kernselectiecontrole betreft de openbare DEGIRO-lijst, geen bevestiging vanuit een ingelogd account.

De kostenvoorbeelden zijn eigen berekeningen met expliciete aannames. De fictieve €20 is geen brokertarief. We voorspellen geen indexrendementen en berekenen geen persoonlijke belastingen. Controleer vóór een transactie actuele fondsdocumentatie en de kosten in je eigen ordervenster.

Algemene informatie, geen persoonlijk beleggingsadvies. Je kunt met beide fondsen geld verliezen.

Redactionele controle

Controleer zelf waarop dit artikel rust

Hier zie je wie verantwoordelijk is, welke controle is vastgelegd en welke primaire links bij dit artikel horen. Een controledatum tonen we alleen na een echte inhoudelijke controle.

Verantwoordelijk
Tom Otto
Controle-status
Broncontrole vastgelegd
Bronlinks
6 directe controlelinks
Fondsdocumentatie

Kenmerken worden gebaseerd op factsheets, EID’s en informatie van de fondsaanbieder.

Vergelijkbaarheid

Kosten, spreiding en strategie worden zoveel mogelijk op dezelfde manier beschreven.

Geen voorspelling

Historische rendementen en uitkeringen worden niet als garantie gepresenteerd.

Gegevens kunnen wijzigen. Controleer vóór aankoop altijd het actuele EID en de officiële fondsdocumentatie.